Field Note 002Engineering
Core Web Vitals: waarom snelheid een ontwerpkeuze is
Drie meetwaarden bepalen hoe snel en stabiel een pagina aanvoelt, en hoe Google je beoordeelt. Wat ze meten, welke drempels gelden, en hoe je ze haalt.

Core Web Vitals zijn drie meetwaarden waarmee Google vastlegt hoe snel, hoe reactief en hoe stabiel een pagina aanvoelt voor een echte bezoeker. Ze zijn sinds 2021 een officiële rankingfactor. Maar de betere reden om ze serieus te nemen is eenvoudiger: een trage, springerige pagina is slechte UX, ongeacht wat Google ervan vindt.
De drie meetwaarden
Let op: Google verving in maart 2024 de oude meetwaarde FID door INP. Wie nog op FID stuurt, meet een metric die niet meer meetelt.
| Metric | Meet | Goed | Slecht |
|---|---|---|---|
| LCP (Largest Contentful Paint) | laadsnelheid van het grootste element | ≤ 2,5 s | > 4 s |
| INP (Interaction to Next Paint) | reactiesnelheid op interactie | ≤ 200 ms | > 500 ms |
| CLS (Cumulative Layout Shift) | visuele stabiliteit | ≤ 0,1 | > 0,25 |
Hoe je ze haalt
Elke metric heeft zijn eigen knoppen:
- LCP: preload de belangrijkste afbeelding of het lettertype, comprimeer beeld, en haal render-blokkerende bronnen weg.
- INP: breek lange JavaScript-taken op, stel niet-kritische scripts uit, en houd de main thread vrij.
- CLS: zet altijd expliciete afmetingen op beeld en embeds, en injecteer nooit content boven bestaande content.
Snelheid is geen optimalisatie die je achteraf doet. Het is een reeks keuzes die je tijdens het bouwen maakt, of niet.
Meet met echte bezoekers
Labscores uit een tool zijn een startpunt, geen eindoordeel. Wat telt is velddata: hoe de pagina presteert bij echte bezoekers, op echte apparaten en verbindingen. Google Search Console en de CrUX-dataset laten dat zien. Een pagina die op de laptop van de ontwikkelaar snel is, kan op een middenklasse telefoon op 4G alsnog traag aanvoelen, en dat is de bezoeker die telt.


